Joachim De Clerck is een van de meest toonaangevende ontwerpers in België. Samen met zijn collega Hanne Mangelschots heeft hij de afgelopen tien maanden verkennend onderzoek gedaan naar innovatieve manieren van beheer, die mee helpen de toekomst te realiseren.

Waar is het plan voor jullie onderzoek gestart?

Hanne: “De eerste gesprekken vonden plaats in 2018 tijdens de Internationale Architectuur Biënnale in Rotterdam. Daar ging destijds het Delta Atelier van start, het internationale samenwerkingsplatform rond ruimtelijke transities in Nederland en België. Toen zijn we voor het eerst aan tafel gegaan met de Kopgroep Beheer (het samenwerkingsverband tussen de beheerorganisaties van de gemeenten Almere, Leiden, Rotterdam, Zoetermeer en Zwolle) en kwam het inzicht op tafel dat de 15 miljard euro die in Nederland besteed wordt aan beheer eigenlijk op een veel toekomstgerichtere manier uitgegeven zou kunnen worden. In 2019 zijn we gestart met een verkenning, samen met drie praktijken uit het Delta Atelier: H+N+S (NL), Endeavour (B) en Jelte Boeijenga (NL). Die fase heeft nu ongeveer tien maanden gelopen en tot de eerste resultaten geleid.”

Wat hebben jullie precies onderzocht?

Joachim: “De hypothese die in 2018 werd geformuleerd was dat die 15 miljard euro en de capaciteit van beheerders een enorme bijdrage zou kunnen leveren aan het realiseren van bredere transitiedoelen zoals klimaatadaptatie en energietransitie, maar ook aan een mobiliteitsverandering of zelfs de omslag naar een gezonde landbouw. Het is vastgesteld dat beheer op dezelfde plekken opereert als de plekken waar die transities gerealiseerd moeten worden. Het zou dus fantastisch zijn als beheer helpt om de toekomst te realiseren, in plaats van enkel te onderhouden wat in het verleden is gebouwd. Om die hypothese te onderbouwen hebben we gekeken naar pilots van de Kopgroep Stedelijk Beheer: Rotterdam Reyeroord, Leiden Zuid-West, Almere De Marken en Zoetermeer Meerzicht. Welke inzichten hebben zij ontwikkeld om de toekomst te versnellen, versterken en verbeteren?”

Wat zijn de belangrijkste lessen uit het onderzoek?

Hanne: “Er zijn drie lessen te trekken. Les 1 is dat investeringen op een andere manier gepland en in kaart gebracht kunnen worden. Wat je nu vaak ziet is dat beheer vastlegt waar men de komende jaren aan de slag gaat, maar dat een andere afdeling van de gemeente weer haar eigen planning maakt. In Leiden is getest wat het opbrengt als je echt geïntegreerd gaat werken. Geïntegreerd betekent meer dan met elkaar afstemmen. Afstemmen is dat je van elkaar weet wie wanneer aan het werk is. Geïntegreerd werken betekent dat je er één project van maakt. Dat bijvoorbeeld de nota van klimaatadaptatie en het onderhoud van de riolering één gezamenlijk projectplan wordt. Dat zorgt voor een versnelling. Het project vindt op één moment plaats, zodat de burger niet drie keer de straat ziet opengaan voor drie verschillende redenen. Het vergt meer overleg in het begin, maar uiteindelijk leidt het tot een efficiëntieslag bij het personeel doordat slechts eenmalige administratie en aanbesteding nodig is. En tot slot zorgt het voor meer efficiëntie in het uitvoeringsbudget. De pilot in Leiden heeft laten zien dat op de totale investering 30% is bespaard.”

Joachim: “Een tweede les is dat we nieuwe types projecten moeten definiëren. We hebben aanzetten gedaan voor nieuwe geïntegreerde ontwerp- en beheerprincipes, waarvoor ook nieuwe termen nodig zijn. Uit het verleden kennen we de grote stationsprojecten of uitbreidingswijken. Voor klimaatverandering en energieadaptatie van de steden zullen we nieuwe projecten moeten gaan hanteren die mensen kunnen herkennen, zoals de leefstraat of het voedselpark.”

Joachim: “De derde les is dat de kracht van beheer in het vakmanschap van de beheerder zit, zowel aan de technische en uitvoerende kant als in de samenwerkingscapaciteit. Door de dagelijkse aanwezigheid van beheerders in de wijk, ontwikkelen ze een nauwe band met de bewoners ervan. Het kan een nieuwe vorm van samenwerken tussen burger en overheid gaan betekenen. Veel gemeenten zijn hiermee aan het experimenteren, Rotterdam met de wijk Reyeroord in het bijzonder. Zij kijken naar de vraag hoe burgers kunnen mee bepalen welk soort beheer gewenst is zodat de burgers zelf ook aandeelhouder worden.

Hoe gaan jullie nu verder?

Hanne: “Het is zaak om de businesscase achter de ontwerp- en beheerscenario’s en pilots hard te krijgen, dat de investeringen die je doet in samenwerking inderdaad rendabel zijn. Als je dat niet hard kunt maken, wordt er niet gekozen voor een geïntegreerde manier van werken bij nieuwe projecten, omdat het eng is om de heldere kaders waarin we de wereld hebben opgedeeld te doorbreken. Hierin ligt dus een heel belangrijke vervolgstap voor de gemeenten samen.”

Joachim: “Er is in het algemeen een zoektocht om als gemeenten horizontaal van elkaar te blijven leren. Daarin willen we een volgende stap zetten met een soort Learning Academy. Die stimuleert kennisuitwisseling tussen gemeenten onderling, zoals bijvoorbeeld rond de business case. Tegelijkertijd willen we nog dieper inzoomen op de pilots die al gestart zijn. Elk van de gemeenten heeft al een enorme stap gezet, we willen kijken waar er nog kansen liggen die niet gegrepen zijn.”

Joachim: De derde dimensie van het vervolg is de koppeling met allerlei nationale programma’s vanuit verschillende ministeries. We zien dat de mensen die meer vanaf boven kijken ook zoeken naar de plekken waar grote doelstellingen lokaal opgepakt kunnen worden. Zij botsen al snel op stadsbeheer. We kunnen die twee bewegingen -van onder- en van bovenuit- bij elkaar brengen en testen of een nationaal plan niet beter uitgebouwd kan worden als een veelheid van plannen op wijk- en gemeenteniveau.” En hier zit ook weer een raakvlak met het programma Managing Public Space zoals dat op dit moment in Wageningen wordt vormgegeven!

Is deze aanpak uniek voor de wereld?

Joachim: “Ik denk dat op alle plaatsen beheerders en stadsplanners dezelfde vraag hebben: ‘Wat is nou eigenlijk de praktijk die ons in staat stelt om die hele grote opgaven die boven ons hoofd zweven op de grond te krijgen?’. Dat is niet uniek. Wat wel uniek is, is een Kopgroep Beheer en het initiatief voor de Stichting Managing Public Space die zeggen ‘wij zijn tot iets in staat, we kunnen niet helemaal formuleren tot wat precies, maar we moeten een traject opzetten’.”

Hanne: “Het Delta Atelier is gericht op het ondersteunen van dat soort initiatieven. Het biedt een platform om over grote opgaven niet enkel tussen overheden op nationaal niveau na te denken, maar om vanuit de kleinste schaal -vanuit de straat en de wijk- te kijken hoe we onze gezamenlijke delta kunnen transformeren. Daar zien we absoluut een innovatie.”

Joachim: “The next big thing will be a lot of small things.”

(Foto: Thomas Legreve)